Geen categorie

Burgemeester Verkerk zakt als integer bestuurder door het ijs

Op maandag 19 november 2012 werd het onderzoeksrapport van twee onderzoekers van Berenschot over de integriteit van burgemeester Verkerk gepresenteerd. Er is twijfel over de integriteit van burgemeester Bas Verkerk (VVD) vanwege zijn rol in de gondelaffaire.

Commissaris van de Koningin Jan Franssen (VVD) kraaide dat het Berenschot-rapport duidelijk maakt dat de persoonlijke integriteit van Verkerk niet ter discussie staat. Burgemeester Verkerk zei triomfantelijk tegen de fractievoorzitters en de pers dat voor hen een burgemeester zat wiens integriteit niet ter discussie staat. Over deze reacties ben ik oprecht verbaasd. Naar mijn mening blijkt heel duidelijk uit het rapport van Berenschot dat burgemeester Verkerk in de gondelaffaire niet integer heeft gehandeld. Ik zal dat hieronder toelichten.

Allereerst is het van belang om vast te stellen wat de onderzoekers van Berenschot precies onder bestuurlijke integriteit verstaan. Volgens de onderzoekers van Berenschot bestaat bestuurlijke integriteit uit zes kernbegrippen waaronder onafhankelijkheid en zorgvuldigheid. Onafhankelijkheid betekent dat het handelen van een bestuurder wordt gekenmerkt door onpartijdigheid. Dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Zorgvuldigheid betekent dat het handelen van een bestuurder zodanig is dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op een correcte wijze worden afgewogen.

Vervolgens stellen de onderzoekers van Berenschot dat het college van B&W van Delft in de gondelaffaire op drie punten fout zat:

  1. Het interne onderzoek van het college van B&W naar de vermeende corruptie van wethouder Baljé (VVD) was onzorgvuldig. Bovendien was het een onderzoek van een slager die zijn eigen vlees keurde. De onderzoekers van Berenschot concluderen daarom dat er op dit punt niet is gehandeld conform het zorgvuldigheidsbeginsel en dat te weinig rekening is gehouden met het kernbegrip onafhankelijkheid.
  2. Het college van B&W heeft ten onrechte nooit een extern onderzoek naar de gondelaffaire laten doen. Het college van B&W handelde daarom in strijd met het kernbegrip onafhankelijkheid.
  3. Het college van B&W zette Baljé aan om een rechtszaak te voeren om geleden schade op Stoelinga te verhalen. Het college van B&W bood Baljé hiervoor financiële steun aan. Voor een deel kreeg Baljé deze financiële steun ook. De voorbeeldwerking die kon uitgaan van een positief resultaat van de procedure van Baljé tegen Stoelinga was volgens het college van B&W namelijk een gemeentelijk en maatschappelijk belang. De onderzoekers van Berenschot stellen nu dat deze handelwijze van het college van B&W in strijd was met de kernbegrippen onafhankelijkheid en zorgvuldigheid.

Kortom, het is duidelijk dat het college van B&W van Delft in de gondelaffaire niet integer handelde. De handelwijze van het college van B&W was namelijk op maar liefst drie belangrijke punten in strijd met de kernbegrippen van bestuurlijke integriteit.

Hoewel het college van B&W dus niet integer handelde, beweren commissaris van de Koningin Franssen en burgemeester Verkerk dat desalniettemin de persoonlijke integriteit van Verkerk niet ter discussie staat. Een burgemeester zou namelijk persoonlijk niet verantwoordelijk zijn als het hele college van B&W in de fout gaat. De heren Franssen en Verkerk geven hiermee een volstrekt verkeerde voorstelling van zaken. De bewering van de heren Franssen en Verkerk vindt ook geen enkele steun in het onderzoeksrapport van Berenschot.

Integendeel, op meerdere plaatsen in het rapport staat dat de burgemeester juist een bijzondere eigen verantwoordelijkheid heeft als onafhankelijk voorzitter die boven de partijen behoort te staan. Deze bijzondere verantwoordelijkheid volgt onder meer uit artikel 170, derde lid, van de Gemeentewet. Deze bepaling verschaft een titel op grond waarvan de burgemeester kan interveniëren ten aanzien van alle niet met name te noemen gemeentelijke aangelegenheden. De burgemeester als voorzitter van de raad en van het college van B&W kan worden gezien als ‘bewaker van het gemeentebestuur’. De burgemeester vervult daarbij een rol als onafhankelijk voorzitter, die de gemeentelijke aangelegenheden bevordert. Hoewel er steeds sprake was van besluitvorming die aan het gehele college van B&W moet worden toegeschreven, komt het niet te pas dat burgemeester Verkerk nu zijn handen in onschuld wast. Vanwege de eigenstandige rol van de burgemeester had Verkerk kunnen en moeten ingrijpen.

Als zich in een gemeente een geval van vermeende corruptie voordoet , dan mag van een burgemeester een hele grote mate van onafhankelijkheid en zorgvuldigheid worden verwacht. Burgemeester Verkerk heeft wat dit betreft in de gondelaffaire hopeloos gefaald. Het is geen excuus dat het hele college van B&W fout zat. Juist een burgemeester heeft namelijk een eigen verantwoordelijkheid op het gebied van de integriteit van het bestuur. Een burgemeester behoort deze verantwoordelijkheid niet af te schuiven op het college van B&W. Burgemeester Verkerk vroeg zelf om dit onderzoek naar zijn rol in de gondelaffaire. We weten nu dat hij niet integer handelde. Onafhankelijkheid en zorgvuldigheid behoren namelijk tot de kernbegrippen van bestuurlijke integriteit. Wat Onafhankelijk Delft betreft kan Bas Verkerk niet geloofwaardig verder als burgemeester van Delft. Hij behoort af te treden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *