Moeite

Er lijkt eindelijk een eind te komen aan de Gondelaffaire en juist nu blijkt hoezeer de afgelopen jaren aan mij hebben geknaagd. 

Nu zelfs professor Elzinga de gemeente aanraadt om met me in gesprek te gaan over een reële vergoeding van de door mij geleden materiële en immateriële schade, heb ik er best vertrouwen in dat alles uiteindelijk op niet al te lange termijn in financieel opzicht geregeld zal worden.

Mijn probleem zit hem in het feit dat ik het vertrouwen ben verloren in de leden van het college en het merendeel van de leden van de gemeenteraad. Ik heb zonder voorwaarden vooraf de uitgestoken hand van Bas Verkerk, die hij me toestak nadat hij in de raadsvergadering zijn excuses had aangeboden, aanvaard. Ook de uitnodiging om, op neutraal terrein met hem in gesprek te gaan in het bijzijn van de voorzitter van één van de Delftse raadsfracties heb ik aangenomen.

Naar mate de ontmoeting dichterbij komt ga ik steeds meer twijfelen, twijfelen of hetgeen ik tijdens die bijeenkomst te berde zal brengen in een later stadium niet tegen me gebruikt zal gaan worden. Aan mij zal het niet liggen, maar in hoeverre kan ik de mensen, die op alle mogelijke en onmogelijke manieren hebben geprobeerd mij onderuit te schoffelen, vertrouwen? Luidt het spreekwoord immers niet dat een vos wel zijn haren, maar niet zijn streken verliest?

Ik realiseer me dat het een hele slechte start is en dat terwijl er waarschijnlijk niemand anders in Delft rondloopt die zo vurig verlangt naar een fatsoenlijk einde van de affaire. Iemand die een dikke vette streep onder het verleden wil zetten. De mensen die mij écht kennen, weten dat, maar die weten ook hoe ik heb geleden onder de hele affaire en die begrijpen ook hoe moeilijk het voor mij is om met open vizier, zonder rancune het gesprek aan te gaan. Ik ga mijn uiterste best doen, maar oh wat zal het me een moeite kosten.