Wat ik wil.

DELFT – Het bestuur van de stad is in handen van door inwoners gekozen gemeenteraadsleden. Delft heeft 39 raadsleden die als volgt verdeeld zijn: GroenLinks (7), STIP (6), D66 (5), Onafhankelijk Delft (5), VVD (3), CDA (3), SP (3), PvdA (3), ChristenUnie (2) en Stadsbelangen (2). Met enige regelmaat laten we u kennismaken met één van de politici van deze tien partijen. In deze aflevering: Martin Stoelinga van Onafhankelijk Delft.

Wanneer ontstond uw interesse in politiek en wie was uw grote voorbeeld?
‘Samen met Jan Peter de Wit was ik in 2002 op een bijeenkomst in Hilversum waar Pim Fortuin het woord voerde. Hij zei daar dingen die nu nog steeds actueel zijn, hij had een vooruitziende blik. Zoals het gevaar van de salafistische islam: de groep die het geweld, met verwijzing naar de koran, niet schuwt. We waren gecharmeerd van de man en datgene wat hij zei; het was voor ons de voedingsbodem voor een eigen Delftse politieke partij: Leefbaar Delft’. Een partij die veel meer op heeft met de mensen van de straat dan met politici en ambtenaren. Ons verkiezingsprogramma richtte zich vooral op groepen in Delft die het niet makkelijk hebben, die onder of net boven de armoedegrens leven, plus de grote groep die zich door de andere partijen niet gehoord vindt worden. We kwamen toen met zes zetels in de gemeenteraad, een duidelijk signaal.’

Wat zijn uw aandachtsgebieden in de raad en wat trekt u daarin?
‘Zaken die voor de bewoners van de stad essentieel zijn: inkomen, huisvesting en sport. Er is veel stille armoede: arm wordt armer en rijk wordt rijker; de kloof wordt alsmaar groter. Ook de huisvesting, met name de sociale woningbouw loopt mijlenver achter op de vraag naar betaalbare huurwoningen. En als er iets wordt gebouwd hangt daar en prijskaartje aan van 700 tot 1000 euro per maand, dat is natuurlijk niet op te brengen voor iemand die 1200 euro heeft te spenderen. En dan de sport. Delft was ooit ‘Sportstad van Nederland’; daar is niet zo veel meer van over. Al het gedoe over accommodaties rond de Brasserskade: de sporthal, het DHC-stadion, de plannen met de velden in Kerkpolder, het verdient allemaal geen voldoende. Vooral te besluiteloos, te traag en te duur.’

Op welke resultaat van uw politieke inspanningen bent u trots, m.a.w. wat heeft u voor de Delftse bevolking bereikt?
‘Dat we de corruptie in Delft tot nul hebben teruggebracht, ondanks alle pogingen om zaken in de doofpot te stoppen. Typisch Delft. In de ‘gondelaffaire’ heb ik uiteindelijk gelijk gekregen, heeft wel acht jaar geduurd! En het heeft mij, los van de 360.000 euro die de gemeente heeft betaald, ongeveer 3,5 ton gekost. Het is het geurigste verhaal van de Delftse Gemeenteraad; Delft zou zich hier 100 jaar voor moeten schamen… Daarnaast ben ik altijd in de weer voor mensen, met financiën, het zoeken naar woonruimte, zorgen dat kinderen niet uit huis worden geplaatst en zo meer.’

Wat zou u in uw raadsperiode nog willen verwezenlijken?
‘Samen met Stadsbelangen zijn we aan het bekijken hoe we in Delft tot één sterke lokale partij kunnen komen. We werken al wat langer samen, overleggen over de toekomst; we willen het goed doen, er is geen haast bij. Ik zou ook graag zien dat we in Delft wat beter met geld zouden omgaan. Slecht voorbeeld is de besteding van de Eneco-gelden aan ‘beweegtuinen’. Momenteel ligt er de vraag of we museum ‘Prinsenhof’ willen laten verbouwen voor zo’n 30 miljoen euro. Ik vind dat we daarmee een te grote broek aantrekken. Natuurlijk, we hebben nu een prachtige tentoonstelling over Pieter de Hooch, maar de inkomsten van zo’n klapper heb je niet altijd en 40.000 extra bezoekers leveren netto ook niet zo veel extra op gezien de kosten.

De armoede bestrijden, het niet groter laten worden van de kloof tussen arm en rijk vind ik de belangrijkste uitdaging voor de komende jaren. En goed kijken naar organisaties die niet het beste voor hebben met ons land. Een vergunning voor een islamitische school? We hebben vrijheid van godsdienst, maar de islam is geen godsdienst maar een ideologie. Het is toch te zot dat onze regering nu eindelijk pas concludeert dat zij met de financiering en de inhoud van de geloofsboodschap bij sommige scholen en moskeeën helemaal niet goed zit. In die zin, qua politiek, zijn we een zwak land. Ik maak me ook best wel zorgen over de toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen. Nederland islamiseert…

Ik hoop dat ik die toekomst nog mag meemaken. Zoals bekend heb ik prostaatkanker met uitzaaiingen en is het einde dichterbij dan me lief is. In 2017 was ik bij de huisarts met klachten en na onderzoek in het ziekenhuis bleek dat het foute boel was. Genezen kan niet meer; wel heb ik nu een medicijn dat wellicht mijn leven nog enige tijd kan rekken. Dit is een gevecht dat zelfs ik niet kan winnen.

Ik heb wel een briefwisseling gestart met minster De Jonge over de noodzaak van een regelmatig onderzoek voor mannen, net zoals dat op allerlei ander gebieden ook gebeurt. De minister staat op het standpunt dat een verhoogde psa-waarde niet altijd gevaarlijk is. Maar aan mij kan je zien dat het soms dus wel levensgevaarlijk is! Iedere man die je middels zo’n onderzoek redt is er toch één. En aan de kosten kan het niet liggen, zo’n onderzoek kost relatief weinig geld.’

Zou u aan de Delftse politiek iets willen veranderen, zo ja, wat en waarom?
‘Ik zou graag zien dat de Raad zich met de hele stad bemoeit in plaats van een uitgebreide discussie over ballonnetjes met lachgas. Het advies van die ruimere blijk geldt zeker voor de STIP-ers, die hebben moeite om buiten de campus van de TU te denken. Ik vind ’t aardige kinderen, maar soms hebben ze de kneepjes van de luier nog in hun kont…’

Normen en waarden, en respect. Daarmee ben ik opgegroeid in de Wippolder, het touwtje uit de deur, die tijd. Ik hoop dat ieder inwoner van deze mooie stad trots kan zijn, en trots kan blijven op Delft’.

Willem de Bie