ONAFHANKELIJK DELFT, dè lokale politieke partij van Delft: vragen ivm sociale huurwoningen en koophuis op naam is asociaal

Aanleiding van deze vragen us een artikel over in een sociale huurwoning wonen, maar wel een koophuis bezitten of zelfs meerdere. Hoe kan het dat dit niet gecheckt wordt?
In een recent artikel: http://www.cpb.nl/publicatie/woningbezit-van-corporatiehuurders ,wordt op basis van onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) gesteld dat bijna twaalfduizend huurders van woningcorporaties in Nederland ook één of meerdere koopwoningen bezitten. Tienduizend van hen wonen in een sociale huurwoning terwijl zij hun koopwoning(en) verhuren om inkomsten te genereren. Volgens het CPB valt een groot deel van deze groep buiten de doelgroep van woningcorporaties.
Dit roept bij Onafhankelijk Delft vragen op over rechtvaardigheid, handhaving en de schaarste aan sociale huurwoningen in de gemeente Delft.
Vragen
●Is het college bekend met het genoemde CPB-onderzoek en de daarin geschetste problematiek van huurders van sociale huurwoningen die tevens eigenaar zijn van één of meerdere koopwoningen?
●Kan het college aangeven hoeveel huurders van sociale huurwoningen in Delft tevens eigenaar zijn van:
a. één koopwoning
b. meerdere koopwoningen
●Kan het college aangeven hoeveel van deze huurders in Delft hun koopwoning(en) verhuren voor commerciële doeleinden?
In hoeverre worden deze situaties in Delft beschouwd als strijdig met de doelgroepcriteria van sociale huurwoningen?
●Klopt het dat huurders van sociale huurwoningen die eigenaar zijn van een koopwoning in principe niet tot de doelgroep van woningcorporaties behoren, tenzij sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden (zoals scheiding of overlijden)?
●Worden huurders van sociale huurwoningen in Delft die beschikken over een koopwoning actief gecontroleerd door woningcorporaties of de gemeente, en zo ja, hoe vaak en op basis van welke criteria?
●Kan het college aangeven of en onder welke omstandigheden huurders van sociale huurwoningen in Delft uit hun huurwoning mogen of kunnen worden gezet wanneer zij beschikken over een (of meerdere) koopwoning(en)?
●In hoeveel gevallen heeft dit in Delft de afgelopen vijf jaar geleid tot:
a. beëindiging van de huurovereenkomst
b. herplaatsing naar een andere (niet-sociale) huurwoning
c. geen verdere actie?
●Hoe verhoudt deze problematiek zich tot het bredere vraagstuk van scheefwonen in Delft?
●Kan het college aangeven hoeveel scheefwoners er momenteel in Delft zijn, uitgesplitst naar:
a. huishoudens met een te hoog inkomen
b. huishoudens met vermogen (zoals woningbezit)
c. huishoudens die zowel een hoog inkomen als vermogen hebben?
Welke instrumenten zet het college momenteel in om scheefwonen in Delft tegen te gaan, en acht het college deze instrumenten voldoende effectief?
Is het college bereid om samen met woningcorporaties te onderzoeken hoe handhaving op woningbezit onder sociale huurders kan worden versterkt, zodat sociale huurwoningen beschikbaar blijven voor huishoudens die hier daadwerkelijk op zijn aangewezen?
●Is het college bereid de gemeenteraad te informeren over eventuele beleidswijzigingen of aanvullende maatregelen naar aanleiding van de bevindingen van het CPB?
Groet
Onafhankelijk Delft
Liedewei Timmermans
Jolanda Gaal

