INGEZONDEN BRIEF

 

 

SCHANDE

De gemeenteraad van Delft nam donderdagavond een fikse stap in de richting van de beëindiging van de Gondelaffaire. Acht jaar lang werd de Delftse politiek beheerst door een onverkwikkelijke affaire waarin de raad een mislukte poging deed om raadslid Martin Stoelinga de oren te wassen. De raad manoeuvreerde, onder leiding van een falende burgemeester van blunder naar blunder en uiteindelijk moest de Raad van State er aan te pas komen om Stoelinga vrij te pleiten en Verkerk en zijn kompanen terecht te wijzen.

Donderdag ging de raad akkoord met een voorstel om in de achterkamertjes van de Delftse krochten de zaak financieel af te handelen. Verkerk kon niet nalaten om zijn falende raad omstandig te prijzen voor het wijze besluit dat ze ging nemen. De raadsvoorzitter jubelde het uit en hoopt dat met het besluit van de raad de rust terug keert in roerig politiek Delft. Verkerk bewees maar weer eens dat de kinderhand gauw gevuld is. Zou het niet eerder de plicht van de wraaklustige raadsleden zijn geweest om in deernis het hoofd te buigen na zoveel smerige aantijgingen en pogingen om Stoelinga door de drek te slepen. Was het niet normaal geweest als bijna de gehele Delftse raad met het schaamrood tot op de bilnaad excuses had gemaakt aan het adres van Stoelinga en zijn gezin. Als dat gebeurd was, had Verkerk de loftrompet mogen laten schallen over zijn gemeenteraad. In het tafereel van donderdagavond had slechts een timide Verkerk gepast, twijfelend aan zijn leidinggevende vermogens, die hakkelend en stotterend had bekend dat hij in bestuurlijke zin gefaald had, omdat hij niet in staat was geweest de bloeddorstige raadsleden tot bezinning te brengen.

De fracties, die elkaar acht jaar lang hebben verdrongen achter de microfoon om Stoelinga maar onderuit te vegen, kwamen nu niet verder dan een nietszeggende verklaring van roeptoeter Meuleman.

In de achterkamertjes wordt de zaak nu verder afgehandeld en de raadsleden hebben daarbij een geheimhoudingsplicht opgelegd gekregen. De Delftenaar zou immers eens horen wat zij per persoon moeten bijdragen aan de terechte schadeloosstelling van Martin Stoelinga

Met vriendelijke groet,

 

J. Timmermans